E&R 157 : 1-5 1 Mijn Vader, dank U wel, dat U steeds bij mij bent, dat U al mijn gedachten en verlangens kent, dat U zo stil en rustig en begrijpend bent, mijn Vader dank U wel. 2 Ik dank U, dat Uw hand mij steeds behoedt en leidt, dat U mij wilt bewaren in de felste strijd, voor troost, die Gij mij geeft in mijn onzekerheid, mijn Vader, dank U wel. 3 Ik dank U voor de diepe vrede en de rust, voor vreugde en voor blijdschap en voor levenslust. Ik dank U, dat Uzelf nu heel mijn leven vult, mijn Vader, dank U wel. 4 Mijn woorden schieten vaak zoveel tekort, o Heer, wat U aan mij wilt geven, dat is toch veel meer, 'k ervaar Uw diepe rijkdom en geluk steeds meer, mijn Vader, dank U wel. 5 Daarom wil ik U danken, dat ik zingen kan, dat ik U met mijn stem toch altijd loven kan, dat ik U in dit lied van harte danken kan, mijn Vader, dank U wel. E&R 170 : 1 U maakt ons een, U bracht ons tezamen. Wij eren en aanbidden U. U maakt ons een, U bracht ons tezamen. Wij eren en aanbidden U. Wordt uw wil gedaan, dan bindt het ons saam, Iedereen zal deel zijn van uw gezin. Wordt uw wil gedaan, dan bindt het ons saam, Iedereen zal deel zijn van uw gezin. E&R 173 : 1-5 1 Voor uw liefde, Heer Jezus, dank U wel. Voor uw liefde, Heer Jezus, dank U wel. Wij aanbidden U, Heer. U komt toe alle lof en eer. O, Heer, wij prijzen uw naam! 2 Voor uw woord van genade, dank U wel. Voor uw woord van genade, dank U wel. Heer, U maakte ons vrij. In uw kracht overwinnen wij. O, Heer, wij prijzen uw naam! 3 Wij aanbidden U, Jezus, Zoon van God. Wij aanbidden U, Jezus, Zoon van God. Vul ons hart voor altijd, met uw liefde en heerlijkheid. O, Heer, wij prijzen uw naam! 4 U bent heilig, heilig, heilig Heer. U bent heilig, heilig, heilig Heer. Machtig God, zie ons staan, neem ons lied als een lofzang aan. O, Heer, wij prijzen uw naam! 5 Maranatha, Heer Jezus, kom terug. Maranatha, Heer Jezus, kom terug. Wij verwachten U, Heer. Hoor wij bidden: Kom haastig weer! O, Heer, wij prijzen uw naam! E&R 234 : 1-3 1 Weet je waar 't hemels koninkrijk op lijkt? 't lijkt op een schat in de grond. Eenmaal had een man die schat ontdekt, hij was zo blij dat hij hem vond. En weet je wat hij deed toen hij ging naar huis, verkocht hij alles wat hij had. Ja,. alles wat hij had heeft hij zomaar weggedaan En hij kocht die schat la la lai... 2 Weet je waar het hemels koninkrijk op lijkt? t'lijkt op een parel zo duur, eenmaal had een koopman hem ontdekt, en toen begon zijn avontuur. Want weet je wat hij deed toen hij ging naar huis heeft hij alles wat hij had verkocht Ja alles gaf hij weg voor die parel zo duur; die hij had gekocht. la la lai.. 3 Weet je waar 't hemels koninkrijk op lijkt? 't lijkt op een mosterdzaad, 't is een zaadje wat je bijna niet kunt zien 't allerkleinste wat bestaat Maar weet je wat gebeurt als je 't zaait in de grond 't wordt haast zo groot als een eik. Met takken als van bomen waar vogeltjes in wonen Zo is het koninkrijk la la lai.. E&R 243 : 1-3 1 Vertel het aan de mensen, wie liefde heeft: Jezus. Vertel het aan de mensen, wie vrede geeft: Jezus Vertel het aan de mensen, dat Jezus leeft. Vertel het aan de mensen. 2 Want iedereen moet weten wie liefde heeft: Jezus Want iedereen moet weten wie vrede geeft: Jezus Want iedereen moet weten dat Jezus leeft. Iedereen moet weten. 3 Vertel het aan de mensen, wie liefde heeft: Jezus. Vertel het aan de mensen, wie vrede geeft: Jezus Vertel het aan de mensen, dat Jezus leeft. Vertel het aan de mensen. E&R 245 : 1-3 1 Je hoeft niet bang te zijn, al gaat de storm te keer. Leg maar gewoon je hand, in die van onze Heer. 2 Je hoeft niet bang te zijn, als oorlog komt of pijn. De Heer zal als een muur, rondom je leven zijn. 3 Je hoeft niet bang te zijn, al gaan de lichten uit. God is er en Hij blijft, als jij je ogen sluit. E&R 246 : 1 Stap voor stap, dag na dag wil ik Jezus volgen. Hand in hand, heel de weg, wil ik gaan met Hem. Als ik struikel staat hij klaar, Hij is bij mij in ’t gevaar. Dus, stap voor stap, hand in hand, wil ik gaan met Hem. E&R 250 : 1 Create in me a clean heart, o God. And renew a right spirit within me. Create in me a clean heart, o God. And renew a right spirit within me. Cast me not away from thy presence, o Lord. And take not thy Holy Spirit from me. Restore unto me the joy of thy Salvation. And renew a right spirit within me. E&R 295 : 1-4 1 Want een Kind is ons geboren, en een Zoon gaf God aan ons. De heerschappij rust op zijn schouder en zijn naam zal zijn: 2 Wonderbare Raadsman machtige God, eeuwige Vader, de Vredevorst, Immanuël, God met ons. Immanuël, God met ons. Immanuël 3 Want alzo lief had God de wereld, dat Hij zijn Zoon gegeven heeft. Iedereen die in Hem gelooft leeft in eeuwigheid. 4 Wonderbare Raadsman machtige God, eeuwige Vader, de Vredevorst, Immanuël, God met ons. Immanuël, God met ons. Immanuël E&R 299 : 1-4 1 Hij kwam bij ons heel gewoon. De Zoon van God als mensenzoon. En diende ons als een knecht, Hij heeft zij leven afgelegd. Refrein: Zie onze God, de koningsknecht. Hij heeft Zijn leven afgelegd. Zijn voorbeeld roept ons te dienen elke dag, gedragen door Zijn liefde macht. 2 En in de tuin van de pijn, verkoos Hij als een lam te zijn. Verscheurd door angst en verdriet, maar toch zei Hij Uw wil geschied. Refrein: Zie onze God, de koningsknecht. Hij heeft Zijn leven afgelegd. Zijn voorbeeld roept ons te dienen elke dag, gedragen door Zijn liefde macht. 3 Zie je de wonden zo diep, de hand die aard en hemel schiep, vergaf de hand die Hem sloeg, de Man, die onze zonden droeg. Refrein: Zie onze God, de koningsknecht. Hij heeft Zijn leven afgelegd. Zijn voorbeeld roept ons te dienen elke dag, gedragen door Zijn liefde macht. 4 Wij willen worden als Hij, elkanders lasten dragen wij. Wie is er ned’rig en klein, die zal bij ons de grootste zijn Refrein: Zie onze God, de koningsknecht. Hij heeft Zijn leven afgelegd. Zijn voorbeeld roept ons te dienen elke dag, gedragen door Zijn liefde macht. E&R 309 : 1-3 1 Onze Heer is opgestaan om de hemel in te gaan. Hij mag zitten op de troon, Nu draagt Hij een koningskroon. 2 Hij roept ieder, groot en klein, Om een koningskind te zijn, Dat beveiligd door zijn hand Reist naar het beloofde land. 3 Hij brengt in zijn eeuwig huis Alle koningskind'ren thuis; En dan komt de grote dag, Dat ik bij Hem wonen mag. E&R 318 : 1 Als een hert dat verlangt naar water, zo verlangt mijn ziel naar U. U alleen kunt mijn hart vervullen, mijn aanbidding is voor U. U alleen bent mijn Kracht, mijn Schild. Aan U alleen geef ik mij geheel. U alleen kunt mijn hart vervullen, mijn aanbidding is voor U. E&R 319 : 1-3 1 Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe. U alleen doorgrondt mijn hart, U behoort het toe. Laat mijn hart steeds bij U zijn. U laat nooit alleen. Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe. 2 Abba, Vader, laat mij zijn slechts voor U alleen. Dat mijn wil voor eeuwig zij d'uwe en anders geen. Laat mijn hart nooit koud zijn, Heer. Laat mij nimmer gaan. Abba, Vader, laat mij zijn slechts van U alleen 3 Abba, Father, let me be Yours and Yours alone. May my will forever be, evermore Your own. Never let my heart grow cold. Never let me go. Abba, Father, let me be Yours and Yours alone E&R 334 : 1-3 1 Gewoon maar een knecht, zo wil ik zijn, zo wil ik zijn voor U. Eenvoudig en echt, U de Heer, ik de knecht. Zo wil ik zijn voor U. 2 Gewoon maar een knecht, zo wil ik zijn, zo wil ik zijn voor U. U dienen als Heer, niets minder, niets meer, zo wil ik zijn voor U. 3 Gewoon maar een knecht, zo wil ik zijn, zo wil ik zijn voor U. Ik meen het oprecht: Heer, doen wat U zegt, zo wil ik zijn voor U. E&R 352 : 1-4 1 Vader, vol van vrees en schaamte, buigen wij voor U. Heel uw werk door ons vertreden, klaagt ons, mensheid aan bij U. 2 Heer ontferm U over ons, die schuldig voor U staan. U bent onze God en Redder, neem ons in uw liefde aan. 3 Vader, in dit uur der waarheid, keren w'ons tot U. O, vergeef ons, Heer herstel ons, maak ons hart en leven nieuw. 4 Vul ons met uw heil'ge Geest, geef vuur en kracht steeds weer. Ieder zal uw macht aanschouwen, dat wij uw naam verhogen Heer. E&R 361 : 1-4 1 Breng dank aan de Eeuwige, breng dank aan de Heilige, breng dank aan onze Vader die ons Jezus zond. Breng dank aan de Eeuwige, breng dank aan de Heilige, breng dank aan onze Vader die ons Jezus zond. 2 Want nu zegt de zwakke: ik ben sterk, Zegt de arme: ik ben rijk, Om wat de Here heeft gedaan voor ons. Want nu zegt de zwakke: ik ben sterk, Zegt de arme: ik ben rijk, Om wat de Here heeft gedaan voor ons. 3 Breng dank aan de Eeuwige, breng dank aan de Heilige, breng dank aan onze Vader die ons Jezus zond. Breng dank aan de Eeuwige, breng dank aan de Heilige, breng dank aan onze Vader die ons Jezus zond. 4 Want nu zegt de zwakke: ik ben sterk, Zegt de arme: ik ben rijk, Om wat de Here heeft gedaan voor ons. Want nu zegt de zwakke: ik ben sterk, Zegt de arme: ik ben rijk, Om wat de Here heeft gedaan voor ons. Breng dank E&R 417 : 1-3 1 Ben je groot of ben je klein of ergens tussenin; God houdt van jou! Ben je dik of ben je dun of ben je blank of bruin; God houdt van jou! 2 Hij kent je als je blij bent; Hij kent je als je baalt. Hij kent je als je droevig bent, Hij kent je als je straalt. 3 Het geeft niet of je knap bent; Het geeft niet wat je doet: God houdt van jou, Hij is vol liefde, God houdt van jou! E&R 430 : 1-3 1 Wij willen samen vieren dat God van mensen houdt, En dat Hij in ons midden Zijn rijk van liefde bouwt. Omdat wij kind’ren van de Vader zijn, Omdat wij kind’ren van de Vader zijn. 2 Wij willen samen delen met kind’ren klein en groot, En net als Jezus geven aan anderen in nood. Omdat wij kind’ren van de Vader zijn, Omdat wij kind’ren van de Vader zijn. 3 Wij willen samen leven, als vrienden verder gaan, En steeds opnieuw vergeven wie ons heeft pijn gedaan. Omdat wij kind’ren van de Vader zijn, Omdat wij kind’ren van de Vader zijn. E&R 436 : 1-3 1 Hoor, de vogels zingen weer. Wat doe jij, wat doe jij? Samen danken zij de Heer. Wat doe jij? Refrein: Dank de Heer voor elke dag, Die je van hem leven mag. Vogels doen dat telkens weer, Wat doe jij? 2 Vogels maken zich niet druk, Wat doe jij, wat doe jij? Zingen zomaar van geluk. Wat doe jij? Refrein: Dank de Heer voor elke dag, Die je van hem leven mag. Vogels doen dat telkens weer, Wat doe jij? 3 Vogels leven vrij en blij, Wat doe jij, wat doe jij? God de Vader danken zij. Wat doe jij? Refrein: Dank de Heer voor elke dag, Die je van hem leven mag. Vogels doen dat telkens weer, Wat doe jij?